Hoe Arnie van Dun interieurs vormgeeft waarin reizen, symboliek en verfijnde eenvoud samenkomen
Van een art deco hotel in Roermond tot een jachtinterieur op zee en villa’s in Spanje: de wereld van interieurarchitect Arnie van Dun is veelzijdig en verrassend. Zijn kracht zit in de details, zijn stijl in harmonie en zijn inspiratie haalt hij wereldwijd vandaan. “Een interieur moet niet imponeren, maar kloppen.”





Nog voor we goed en wel binnen zijn, komt Arnie ons enthousiast tegemoet in de lobby van Grand Hotel Valies in Roermond. Hier, waar de vloer glanst, de plafonds golven en de muren zijn bekleed met keramische tegels uit Portugal, beleven we een van zijn meesterwerken. We lopen langs de receptie door een ontvangsthal die doet denken aan een nostalgische treincoupé. “De naam Valies betekent (reis)koffer. Dat idee wilden we overal laten terugkomen”, steekt de Limburger van wal.


Wereldwijd met een Roermonds hart
Vier jaar werkte hij eraan, samen met de opdrachtgever. “We hebben de hele wereld afgereisd voor inspiratie. Van New York tot Shanghai en Londen. Elk detail is doordacht: van Portugese geglazuurde tegels tot armaturen die we speciaal in China lieten maken. Alles is onderdeel van een groter verhaal.” Wie verder kijkt, ziet ook thema’s uit Roermond terugkomen. De akoestische panelen in de kamers dragen symbolen die verwijzen naar de stad. “Een uil, een aas, een kaart. Je ziet het niet meteen, maar wie beter kijkt, ontdekt steeds meer lagen. Kleine details die samen een verhaal vertellen.”
Eerst de kamer, dan het gebouw
Wat Grand Hotel Valies extra bijzonder maakt, is dat het ontwerp letterlijk van binnenuit begon. De opdrachtgever, jarenlang CEO en gewend om honderden nachten per jaar in hotels te slapen, leverde zijn eigen metingen en ervaringen aan: afmetingen van bedden, bureaus, badkamers. “Hij had alles genoteerd,” vertelt Arnie. “Samen hebben we op die manier de meest ideale hotelkamer bedacht.” Pas daarna stapte de architect in. “We gaven hem onze blauwdruk en zeiden: bedenk er nu maar een jasje omheen. Zo werd het interieur leidend. Dat is uniek, en voor mij het mooiste: een gebouw dat zich voegt naar de beleving binnenin.”
Van Chili naar Limburg
Dat gevoel voor verhalen komt misschien wel van zijn achtergrond. Arnie werd in 1973 in Santiago, Chili geboren, maar zijn ouders vluchtten na de machtsovername door Pinochet terug naar Nederland. Zijn familie verspreidde zich over Mexico, Australië en Spanje, terwijl hij zelf in Limburg opgroeide. “Misschien neem ik die internationale wortels onbewust mee. Zuid-Amerikaanse architecten spreken me aan: hun organische vormen en omgang met licht.” Aanvankelijk droomde hij van architectuur, maar tijdens zijn studie in België en Maastricht ontdekte hij dat het interieur hem meer zegt. “Binnen gebeurt het; daar ontstaat sfeer en beleef je een ruimte echt.”
Rond en strak
Zijn stijl laat zich omschrijven als ingetogen en harmonieus. Strakke lijnen worden verzacht door rondingen, pastelkleuren. Natuurlijke materialen zorgen voor rust. “Ik zoek altijd de balans. Voor mij moet een ruimte kloppen. Dat betekent ook dat ik klanten soms uitdaag om een andere kant op te denken. Juist dat levert verrassende resultaten op.” Dat uitgangspunt kreeg hij al vroeg mee. Bij zijn eerste werkgever leerde hij werken vanuit de principes van Feng Shui. “Een ruimte moet logisch aanvoelen. Mensen kiezen instinctief voor de plekken waar ze zich prettig voelen. Routing en verhoudingen zijn net zo belangrijk als meubels of kleuren.”


Mercedes en maatwerk
Het laat zien hoe divers zijn werk is. Van een art deco hotel tot een moderne showroom, van een jacht tot een villa: overal zoekt hij dezelfde kern. “Techniek, materiaal, routing. Het is allemaal belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om gevoel. Als iemand binnenkomt en zegt: dit klopt, dan weet ik dat het goed is.” Een voorbeeld is het Customer Assistance Center van Mercedes-Benz in Maastricht, waar een klassieke SL met vleugeldeuren in de ontvangsthal perfect de verbinding tussen merk, ruimte en beleving symboliseerde. Dat gevoel voedt hij voortdurend met nieuwe indrukken. Arnie reist veel, bezoekt beurzen en fabrieken. “In Paramaribo werk ik nu aan een hotelproject. Daar zie je het tropische, het grootse gebaar, enorme bladeren. Dat inspireert en verrijkt mijn ontwerpen.”


Tussen schets en gesprek
Wat hij zelf het liefst doet, is het begin van een ontwerp. Het moment waarop een schets nog alle kanten op kan. “Daar ligt de magie. Je vertaalt wat iemand zegt naar een ruimte die klopt. Vaak gaat dat verder dan de opdrachtgever had verwacht. Dat is het mooiste compliment.” Terwijl we teruglopen naar de lobby, wijst hij op een detail in het logo van Grand Hotel Valies dat overal subtiel terugkomt. In de bar, op de gordijnen, zelfs op de buitengevel. “Dat is voor mij interieurarchitectuur,” zegt hij. “Een verhaal vertellen in lijnen, kleuren en materialen. Zodat iemand niet alleen ziet, maar voelt: dit klopt.”




