In januari is de winter in Lapland op zijn hoogtepunt, en tuimelen temperaturen gemakkelijk meer dan dertig graden onder het vriespunt. De groene bossen van de zomer hebben plaatsgemaakt voor een in sneeuw gehulde sprookjeswereld, waar de tijd lijkt stil te staan. Een totale transformatie naar een magische, witte wereld, waar de stilte slechts af en toe wordt onderbroken door het zachte geruis van sneeuw die van de takken valt. Elke stap voelt als een inbreuk op de serene sfeer. Een magisch land dat meer weg heeft van een droomwereld dan van een winters bos. Op de meer open vlakten zijn bomen ingepakt in een dikke laag sneeuw en zien eruit als bizarre sneeuwsculpturen: trolachtige wezens die moedig de kou trotseren. Een land van legendes, die hier bijna vanzelf ontstaan.
DOOR: HANS WOLKERS


De dagen zijn kort, zo’n zes uur tussen zonsopgang en zonsondergang, maar juist dat laatste uur zonlicht zet de witte wereld in een spectaculaire oranjeroze gloed. De trollenbomen lijken tot leven te komen met violette tinten en zachte schaduwen. De lucht kleurt roze en blauw en als uiteindelijk de duisternis valt, begint het echte spektakel van het Noorden: de beroemde
Aurora Borealis, het noorderlicht. Uit het niets verschijnen plotseling groene en rode golvende lichtgordijnen in de lucht, die als lichtgevende mistflarden de magie van het landschap perfectioneren. Traag meanderende rivieren van groen en roze licht boven de bevroren bossen, die de atmosfeer tot leven wekken.
Drijvende kracht
De drijvende kracht achter dit spectaculaire verschijnsel is de zon. Die produceert een continue stroom van elektrisch geladen deeltjes, die door het aardmagnetisch veld worden aangetrokken, vooral bij de polen. Als die geladen zonnedeeltjes in de atmosfeer komen, botsen ze met zuurstof- en stikstofmoleculen, waardoor ze energie krijgen, die ze vervolgens direct weer uitzenden: de geboorte van het noorderlicht.
Maar Europa’s Hoge Noorden heeft meer spectaculaire natuurverschijnselen. In de winter kunnen hoog in de atmosfeer zogenaamde regenboog- of parelmoerwolken ontstaan, die te herkennen zijn aan hun prachtige oranjeroze kleuren. Ze bestaan uit minuscule ijskristallen die het licht op een speciale manier weerkaatsen. Voor deze zeldzame wolken moet de atmosfeer heel erg koud zijn, en daarom zijn ze vooral in het winterse Hoge Noorden te zien.

Sporen
Ook dicht bij de grond kan winters Lapland meer dan interessant zijn. Sporen in de maagdelijk witte sneeuw zijn stille getuigen van de weinige dieren die de kou weten te trotseren. Een kenmerkend spoor met vier pootafdrukken bij elkaar is onmiskenbaar: hier heeft een sneeuwhaas gelopen. Tijdens het springen zet het dier de grote achtervoeten voorbij de veel kleinere voorvoeten neer, waardoor het spoor niet te verwarren is met dat van andere dieren.




IJzige Wonderen
De vorst creëert ook fraaie pareltjes, zoals ijspatronen van door de wind opgestuwd water, en ijskristallen in talloze vormen: van puntige naalden tot veerachtige structuren. Even verderop zijn berkentakken gehuld in een fragiel laagje ijskristallen, alsof een meesterbakker ze met een fijn suikerglazuur heeft bestrooid. Met een lage zon transformeert zo’n beijsd berkenbos in een woud van zilver, waar subtiel tinkelende geluiden van de bevroren takken het enige geluid zijn. Een feest voor de zintuigen.




